vrijdag 28 december 2012

Gebakken pastinaak met gember

Lekker pittig groentegerecht. Eens een andere manier om pastinaak klaar te maken. Aardappelpuree, een groentenburger met een kruidig yoghurtsausje maken het helemaal af. Maar probeer het zeker ook eens met een stukje vis!



Ingrediënten
600 g pastinaak
4 el olijfolie
1 citroen, geraspte schil en sap
2 cm gember, fijngesneden
peper
zout
3 el koriander, fijngehakt

Bereiding
  • Verwarm de oven voor op 180°C
  • Schrob de  pastinaken schoon en schil eventueel met een dunschiller en verwijder bruine plekken. Snij grote exemplaren in de lengte in 2 of 4.
  • Stoom de pastinaak beetgaar.
  • Schik de pastinaak in een ovenschaal.
  • Meng in een kommetje de olie, het citroensap, gember en de geraspte citroenschil. Kruid met peper en zout. Giet dit mengsel over de pastinaken in de ovenschaal.
  • Laat  35 minuten garen in de oven.
  • Bestrooi voor het serveren met de verse koriander.

maandag 24 december 2012

Pastinaakgratin



Een lekker wintersgerecht met een groente die bitter weinig gekend en gebruikt wordt. Lekker met quinoa gekookt in een groentenbouillon maar ook niet te versmaden bij witte vis.



Ingrediënten
1 kg pastinaak
125 g boter
250 g champignons, in plakjes
1 1/2 - 2 dl (soja)room
zout, peper, geraspte nootmuskaat
3 gehoopte el Parmezaan, geraspt

Bereiding
  • Was de pastinaak grondig, verwijder bruine vlekjes (schillen hoeft niet echt) en snij hem in blokjes van ruim 1 cm. Kook in gezouten water tot ze bijna gaar zijn. Laat ze uitlekken en doe ze met de helft van de boter terug in de pan. Zet een deksel op de pan en laat ze op een laag vuurtje verder gaarstoven; roer af en toe. Kruid met wat geraspte nootmuskaat.
  • Fruit de champignons in de helft van de resterende boter, eerst op een laag vuur en dan op wat hoger vuur om het vrijgekomen vocht voor het grootste deel te laten verdampen.
  • Roer de room erdoor en kruid naar smaak met peper en zout.
  • Leg de blokjes pastinaak in een gratinschaal en giet het champignon-roommengsel erover.
  • Eindig met de geraspte parmezaan.
  • Zet de schaal onder de grill voor een bruin korstje, laat het niet te snel gaan zodat het hele gerecht borrelt en goudbruin is.

naar een recept uit 'Groentkookboek' van Jane Grigson

donderdag 20 december 2012

Rodebiet-wortel-pastinaak crumble

Een gerecht ontdekt op vakantie en dankzij de wortelgroenten uitstekend geschikt voor een koude winterdag.
Heel lekker met in een uitje gestoofde erwtjes en een plattekaassausje met bieslook en peterselie. Eventueel kan je er nog een witloof-veldsla slaatje aan toevoegen.

Ingrediënten
1 rode biet
4 wortelen
1 grote of 2 kleine pastinaken
4 el olijfolie
2 el balsamico
peper, zout
1 kl marjolein
2 el sesamzaadjes, eventueel droog geroosterd

Voor de crumble
150 g boter
200 g hazelnoten, tot poeder gemalen
50 g bloem
50 g amandelmeel
1/2 kl zout
zwarte peper
1 tl tijm
1 tl rozemarijn
1 tl oregano

Bereiding
  • Doe alle ingrediënten voor de crumble bij elkaar en kneed tot een brokkelig deeg. Zet dit deeg een halfuur in de koelkast.
  • Kook de biet in haar geheel beetgaar, schil en snij in blokjes. Meng de lauwe biet met 2 el olijfolie, de balsamico en de marjolein.
  • Snij de wortelen en de pastinaken in grove stukken en stoom beetgaar. Meng ze vervolgens met de overige  2 el olijfolie en strooi de sesamzaadjes erdoor.
  • Verwarm de oven voor op 180°C.
  • Schik de rode biet op de bodem van een ovenschaal en verdeel het wortel-pastinaak mengsel eroverheen. Verkruimel het deeg over de groenten zodat deze min of meer bedekt zijn.
  • Bak het geheel in de oven voor 45 minuten.
Tip: als je de boter vervangt door 7-10 el olijfolie is dit recept ook geschikt voor mensen met een lactose-intolerantie of MS-patiënten.

maandag 17 december 2012

Pastinaak

De pastinaak behoort samen met een aantal andere groenten waaronder de aardpeer, boerenkool, postelein en de schorseneer tot de vergeten groenten.
Ze staat ook bekend als de witte wortel omwille van haar crèmekleurige schil en heeft een zoete licht anijsachtige smaak. Vanuit het Middellandse zeegebied is ze samen met de Romeinen in onze streken bekend geraakt. Oorspronkelijk had de pastinaak de grootte van een gewone wortel maar in koudere gebieden gedijt ze heel goed en wordt ze groter en dikker, tot wel 20 cm lang. Voor de opkomst van de aardappel was ze in onze streken een volks basisvoedsel maar tegen het einde van de zestiende eeuw was ze gedegradeerd tot veevoer; men vond niets 'verfijnder van smaak, welriekender dan het vlees van jonge varkens, gevoed met pastinaak en geroosterd met een vulling van mooie kruiden' (in Italië krijgen varkens die bestemd zijn voor prosciutto crudo nog steeds pastinaak te eten en wat is er verfijnder en welriekender dan Parma-ham?).
Middeleeuwse dokters schreven diverse goede eigenschappen toe aan pastinaak. Ze hielden adders op afstand, ze waren goed tegen kiespijn, ze werkten als afrodisiacum, ze hielpen tegen gezwollen testikels, ze werden gegeten tegen maagpijn en melk waarin pastinaak was gekookt werd als medicijn tegen dysenterie gegeven.
Pastinaak is rijk aan mineralen en vezels. Ze gaan maagkramp tegen en zijn vochtafdrijvend.

Pastinaak is te koop vanaf oktober tot maart. Let erop dat de wortels stevig zijn en geen bruine vlekken vertonen. Je bewaart ze best op een koele plaats of in de groentenla van de koelkast.

Je kan pastinaken rauw eten maar ook gestoomd of gekookt en zelfs gebakken zijn ze erg lekker.



donderdag 13 december 2012

Curry: heerlijker dan je vermoedt!!


Curry is een algemene benaming die vooral in de westerse landen gebruikt wordt om een grote variatie aan gerechten uit India, Pakistan, Bangladesh, Sri Lanka, Thailand of andere landen uit Zuid-Oost Azië te benoemen.
Het typische van curry’s is dat ze allemaal gebruik maken van min of meer complexe combinaties van specerijen en kruiden waarbij er altijd wel hete chilipepertjes of cayennepeper in zit  maar ook heel vaak kurkuma. Andere namen voor kurkuma zijn geelwortel, koenjit, haldi,... Het wordt ook wel eens ‘Indische saffraan’ genoemd omdat het omwille van zijn kleur vaak gebruikt wordt ter vervanging van het prijzige saffraan.
Kurkuma  is meerjarige kruidachtige plant die familie is van gember. Geelwortel komt oorspronkelijk voor in tropisch Zuid-Azië. Om goed te groeien heeft deze plant nood aan temperaturen tussen 20 en 30°C en een aanzienlijke hoeveelheid water. De wortels worden jaarlijks geoogst en worden ook gebruikt voor de vermeerdering van de plant.
Kurkuma wordt meestal in gedroogde vorm gebruikt. Hiervoor worden de knollen verschillende uren gekookt en vervolgens gedroogd in hete ovens. Tenslotte worden ze vermalen tot het diep oranje-geel poeder dat veelvuldig in curries en andere Zuid-Aziatische en Middenoosterse gerechten wordt gebruikt. Aan mosterd en pickles wordt het ook vaak toegevoegd omwille van de kleur. Het wordt omwille van zijn kleur ook wel eens gebruikt ter vervanging van het prijzige saffraan. In de middeleeuwen werd het daarom ook wel ‘Indisch Saffraan’ genoemd.
Nieuw onderzoek aan de Oregon State University heeft aangetoond dat curcumine, een stof die in kurkuma zit en zorgt voor de intense gele kleur, een kleine maar meetbare toename bewerkstelligt in het gehalte van een eiwit dat belangrijk is voor het aangeboren of niet-specifieke immuunsysteem en helpt bacteriële infecties bij mens en dier te voorkomen. Het aangeboren immuunsysteem werkt zonder antistoffen. Dit houdt in dat ons lichaam niet eerst de bacterie, virus of schimmel moet zijn tegengekomen om er tegen te vechten. Dit eiwit ‘CAMP’ (cathelicidin antimicrobial peptide) maakt daar deel van uit.

Eerder al was het geweten dat het gehalte ervan toeneemt onder invloed van vitamine D. De ontdekking van een andere manier om het gehalte van dit eiwit te beïnvloeden of te doen toenemen is wetenschappelijk interessant en opent nieuwe onderzoekspaden in voeding en geneeskunde.
Het actieve ingrediënt van kurkuma, curcumine heeft een duidelijk aardse, beetje bittere, licht pikante smaak en een mosterdachtige geur.
Alhoewel curcumine als deel van kurkuma meestal maar in kleine hoeveelheden wordt gegeten is het mogelijk dat een volgehouden consumptie gedurende een lange tijd toch bijdraagt aan de gezondheid en beschermt tegen infecties van vooral maag en darmen (Adrian Gombart, Linus Pauling Institute).

maandag 10 december 2012

Glamorgan-worstjes met een tomatensausje

Glamorgan worstjes zijn vegetarische worstjes op basis van brood en kaas. Oosrponkelijk komen ze uit Glamorgan, een graafschap in Wales. Ze waren en zijn goedkoper dan vleesworsten en worden daarom ook wel eens  'arme mensen eten' genoemd.
Vandaag is het gewoon een heel erg lekker alternatief voor wie eens wat anders wil dan gewone worst of voor wie uitgekeken is op de traditionele vleesvervangers zoals tofu, tempé, quorn,....

De hoeveelheden zijn zoals altijd voldoende voor 4 personen.

Ingrediënten
Voor de worstjes
225 g cheddar, geraspt
200 g vers wit broodkruim, uit elkaar getrokken in kleine plukjes
1 ui
1.5 kl dijonmosterd
2 el peterselie, gehakt
1 kl tijm
2 eiren
bloem
4-5 el olijfolie

Voor de saus
1 el olijfolie
1 dikke ui, in dunne halve ringen
2 el tomatenpuree of tomatentapenade
500 ml groentebouillon

Bereiding
Verhit voor de saus, de loie in een pan op laag vuur, bak de uiringen tot ze zacht zijn.
Voeg de tomatenpuree en groentebouillon toe en breng aan de kook.
Verlaag het vuur en laat 15-25 minuten zachtjes koken.
Breng op smaak met peper en zout.

Doe kaas, broodkruim, ui, mosterd en kruiden in een kom en meng goed. Dit gaat het best gewoon met je handen. Breng op smaak met peper en zout. Voeg de twee eieren toe en kneed tot een deeg.
Vorm met je handen 10-12 worstjes.
Doe wat bloem in een bord en rol elk van de worstjes door de bloem.
Verhit de olie in een pan op middelhoog vuur en bak de worstjes aan alle kanten bruin.

Serveer met de saus, aardappelpuree en spruitjes.

woensdag 28 november 2012

Wat eten we vandaag?



Een  dilemma waar iedere alleseter of omnivoor en dus ook wij mensen dagelijks mee te maken hebben.

Een koalabeer die alleen eucalyptusbladeren lekker vindt of een pandabeer die uitsluitend voor bamboe gaat, hebben dit probleem niet.

De culinaire voorkeuren van koala en panda zitten voorgeprogrammeerd in hun genen. Bij  ons omnivoren daarentegen moet een grote hoeveelheid hersencapaciteit en tijd besteed worden aan het uitzoeken wat de ‘veilige’ mogelijkheden zijn die de natuur ons biedt. Daarbij vertrouwen we op ons grote herkenningsvermogen en geheugen om ons verre te houden van vergif en te leiden naar voedzame planten.  Onze smaakpapillen zijn hierbij ook een grote hulp en steun. Ze geven ons een voorkeur voor zoet (koolhydraat-energie in de natuur) en een afkeur voor bitter want zo smaken veel van de toxische alkaloïden die door planten geproduceerd worden. Ons aangeboren gevoel van afkeer houdt ons tevens weg van dingen die ons ziek zouden kunnen maken zoals rot vlees.

Daarnaast hebben we als mens natuurlijk het onmeetbare voordeel van ‘cultuur’; het pakhuis van alle ervaringen en opgestapelde wijsheid van ontelbare ‘proevers’ voor ons. Onze cultuur bepaalt de regels voor verstandig eten via een ingewikkelde structuur van taboes, rituelen,  manieren, culinaire tradities zodat we niet iedere maaltijd weer met dit dilemma geconfronteerd worden.
In deze moderne tijden echter worden we geconfronteerd met een heel gamma van voedingsproducten waar onze cultuur ook geen blijf mee weet en worden we weer vaker dan vroeger, dan 50 jaar geleden, geconfronteerd met het dilemma van onze voedselkeuze. 


  • Wordt het de bio-appel of de conventioneel geteelde?En als we de bio kiezen, gaan we dan voor de lokale of de geïmporteerde?
  • De wilde vis of de geteelde?
  •  De transvetten, de boter of de ‘niet boter’?
  • Word ik vegetariër of niet? En als ik een vegetariër word, kies ik dan voor lacto-vegetariër of veganist?

Wanneer we een verpakking in het grootwarenhuis vastnemen kunnen we niet meer vertrouwen op onze zintuigen of onze culinaire cultuur als we de ingrediëntenlijst op de etiketten uitpluizen en dingen tegenkomen als ‘geen transvetten’, ‘vrije uitloop’, ‘natuurlijk grill-aroma’, ‘TBHQ’, ‘Xanthaan gom’, etc. waarvan we de betekenis niet of maar half begrijpen. Wat is dit eigenlijk en waar komen ze vandaan?

Zoals ieder levend wezen op aarde maken mensen deel uit van een voedselketen. Onze plaats in die voedselketen bepaalt in grote mate welk soort wezen we zijn. Het feit dat we omnivoren zijn, heeft ons in grote mate gevormd zowel lichamelijk (we hebben kaken en tanden aangepast aan een bestaan als omnivoor, geschikt voor zowel scheuren als malen) en onze ziel. Ons grote vermogen tot observatie en memorisatie, alsook onze nieuwsgierigheid en experimenteel standpunt ten opzichte van de natuurlijke wereld hebben veel te danken aan ons ‘omnivoor-zijn’. Dit geldt ook voor de verschillende aanpassingen die we hebben ontwikkeld om de verdedigingsmechanismen van andere wezens te overwinnen zodat we ze kunnen eten zoals jachttechnieken, koken met vuur.
Een aantal filosofen argumenteren dat het juist dit ‘onbepaalde’ van de menselijke eetlust verantwoordelijk is voor zowel onze wreedheid als voor onze beschaving want een wezen dat zich kan voorstellen dat het om het even wat kan eten (inclusief andere mensen) heeft nood aan ethische regels, manieren en  rituelen.
We zijn niet alleen wat we eten, maar ook hoe we eten.

In tegenstelling tot andere ‘eters’ zijn we in staat om op een aanzienlijke manier de voedselketens waarvan we afhankelijk zijn te wijzigen met behulp van revolutionaire technologieën zoals koken met vuur, jagen met werktuigen, landbouw en voedselbewaring.
Door het koken werden een heel aantal planten en dieren beter verteerbaar en werden een aantal chemische verdedigingsmechanismen van andere species overbrugd.
Landbouw vergrootte de populatie van een aantal favoriete voedselsoorten en daarmee ook onze eigen soort.

Recent laat de industrie ons toe om de menselijke voedselketen opnieuw uit te vinden van chemische vruchtbaarheid van de bodem tot de microgolfbare kom soep die in een komhouder van een auto past.

In ‘The omnivore’s dilemma’ (spijtig genoeg niet vertaald) gaat Michael Pollan dieper in op de drie belangrijkste voedselketens die ons vandaag van voedsel voorzien: de industriële, de biologische en deze van de jager-verzamelaar. Alhoewel ze verschillend zijn doen de drie voedselketens min of meer hetzelfde namelijk : ons door middel van wat we eten verbinden met de vruchtbaarheid van de aarde en de energie van de zon.

Elk van de drie delen van het boek is toegespitst op één van bovenstaande voedselketens en volgt ze van begin tot einde (van een plant of groep planten die caloriën fotosynthetiseren tot een avondmaaltijd) te beginnen met de industriële voedselketen waar maïs gevolgd wordt tot ze als een biefstuk op je bord ligt.

In het tweede deel volgt hij een weiland met verschillende grassoorten tot een zelfde biefstuk en een kip op je bord. Daarnaast gaat hij in dit tweede deel ook kijken naar wat hij noemt het ‘industrieel biologische’ waar op grote schaal maar wel op biologische wijze geteeld wordt zonder dat dit noodzakelijk ook ecologisch is. Denken we hierbij bijvoorbeeld aan het biologische lamsvlees dat vanuit Nieuw-Zeeland in onze grootwarenhuizen te koop is.

Het laatste deel grijpt terug naar de ‘jager-verzamelaar’ voedselketen. In onze huidige maatschappij rest daarvan de jacht en de visvangst maar ook het verzamelen van bijvoorbeeld wilde bessen, paddestoelen enz.

Het boek is vooral toegespitst op de Amerikaanse situatie maar kan voor grote delen getransponeerd worden naar de Europese.

Een echte aanrader voor wie wat meer wil weten over het waar en hoe van ons voedsel.